<div id=”preektxt”>

<strong>Ds R de Graaf  Rouveen</strong>

29-09-2010

1<u>Ga je mee naar de kerk?</u>
<strong>Ga je mee naar de kerk?</strong>- vraagt mama aan Peter en Marja.
Het is zondagmorgen half acht. Peter en Marja waren al vroeg wakker.
Papa en mama niet. Dat zijn langslapers. Pas om acht uur komt mama uit bed.
En papa om half negen. Maar Peter en Marja zijn al lang uitgeslapen.
Peter is elf jaar. Hij zit in groep 8 van de basisschool.
Marja is negen jaar. Zij zit in groep 5.
Peter heeft een heleboel <strong>Lego</strong>. Daar maakt hij de meest fantastische dingen van.
Vanmorgen is hij begonnen met een vliegende schotel.
Marja leest graag <strong>boeken</strong>. Ze heeft een nieuw boek uit de bieb van Chris en Jorieke.
Ontzettend spannend. Ze is de hele morgen al aan het lezen.
Mama heeft beschuiten en broodjes klaargemaakt.
Ze zitten nu met elkaar aan tafel voor het ontbijt.
Gezellig zo op zondagmorgen!
Ga je mee naar de kerk? – vraagt mama aan Peter en Marja.
Ik heb helemaal <strong>geen zin</strong> om naar de kerk te gaan – zegt Marja.
Ik lees liever m’n boek uit. Het is net zo spannend. Mag ik vanmorgen thuisblijven?
En Peter blijft ook veel liever bouwen met de Lego. Hij wil graag z’n vliegende schotel afmaken. Ik ga ook <strong>niet naar de kerk</strong> hoor. Het duurt zo lang. En ik begrijp toch niks van de preek van de dominee.
Mama en papa schrikken wel een beetje van wat Peter en Marja zeggen.
Ze weten wel, dat ze niet altijd met evenveel plezier naar de kerk gaan, maar nu praten Peter en Marja wel erg lelijk over de kerkdienst.
We gaan toch altijd naar de kerk?! En er zijn toch ook best leuke dingen in de dienst.
Ja, da’s waar, vindt Marja. Dopen is leuk. En muziek zingen is leuk. <strong>Maar</strong> de preek duurt te lang. En het is niet leuk, dat we zo lang stil moeten zitten. En Peter vindt, dat de dominee zulke moeilijke woorden gebruikt. En: Er is te weinig voor de kinderen.
<strong>Waarom moet ik eigenlijk naar de kerk?</strong> – vraagt Peter. Als grote mensen naar de kerk willen, nou – dat moeten ze zelf weten. <strong>Maar waarom ook de kinderen?</strong>
En ook Marja vindt, dat de kerk veel meer voor de grote mensen is dan voor de kinderen.
Intussen is het hoog tijd om naar de kerk te gaan. De dienst begint om half tien.
Papa zegt: <strong>Jongens, we gaan met z’n allen naar de kerk.</strong> Jullie gaan ook mee. De zondag duurt nog heel lang. Jij kunt straks met je vliegende schotel verder gaan, Peter. En Marja, jij krijgt je boek vandaag wel uit.
Maar weet je wat: We maken er een <strong>wedstrijd</strong> van. <strong>Jullie zoeken van de week uit, waarom het goed is om naar de kerk te gaan.</strong> Voor grote mensen en kinderen. Als jullie nou eens aan een stel mensen vragen: Waarom moet je eigenlijk naar de kerk?  Je vraagt het aan opa en oma, aan de juf op school, aan de dominee. En dan zetten we de antwoorden op een rijtje. En als jullie de opdracht goed hebben uitgevoerd, gaan we lekker eten bij Mc Donald’s, een Happy Meal.
Oké – roept Peter. Ik doe mee.
Oké- zegt Marja. Ik wil wel naar Mc Donald’s.
<strong>En nu naar de kerk</strong> – zegt mama. ’t Is hoog tijd.

Als ze thuis komen uit de kerk, maken Peter en Marja maken samen <strong>een plan</strong> voor de wedstrijd. <strong>Aan wie zullen we gaan vragen</strong>: Waarom moet je eigenlijk naar de kerk? En hoe doen we dat?
Nou, zegt Peter, papa noemde al de dominee en juf en opa en oma. En we kunnen het ook vragen aan de ouderling van de kerk: die komt toch van de week bij ons op bezoek, op huisbezoek. .
Ja, da’s goed – roept Marja. En ik vraag het wel aan de dirigent van het kinderkoor. Die speelt ’s zondags ook vaak op het orgel. En we kunnen samen wel naar de buurman toe: die is toch diaken in de kerk? Hij haalt altijd geld op met de collectezakken.
Peter en Marja spreken af, dat ze <strong>alle antwoorden op een rijtje gaan zetten: op een groot papier met een viltstift</strong>. En dan zullen ze het komende zaterdag aan mama en papa geven. En dan lekker naar Mc Donald’s.

Peter zit vaak achter de computer. Hij weet, hoe je een <strong>e-mailtje</strong> verstuurt. Hij mailt op zondagavond naar dominee Van de Pol deze vraag:
Beste dominee, kunt u ons vertellen, waarom je eigenlijk naar de kerk moet.
Dag, Peter en Marja Binnenhuis.
<strong>Dominee Van de Pol</strong> stuurt al snel een mailtje terug:

<em>Beste Peter en Marja,</em>
<em>Leuk, dat jullie mij die vraag stellen. Ik wil graag proberen er een antwoord op te geven. Jullie weten, dat de HERE God de hemel en de aarde in zes dagen heeft geschapen. Op de eerste dag het licht. Op de tweede dag: zee en land. En op de zesde dag: de landdieren en de mensen. Na zes dagen was de HERE God klaar met scheppen. En toen kwam <strong>de zevende dag</strong>. Op die dag ging de HERE God genieten van alles wat Hij gemaakt had. Hij ging uitrusten van Zijn werk en blij zijn met Zijn scheppingswerk. En de HERE God zei toen <strong>ook tegen de mensen</strong>: Jullie lijken op Mij. Ik heb jullie naar Mijn beeld gemaakt. <strong>Jullie mogen net zo doen als ik. Eerst zes dagen werken. En dan op de zevende dag: uitrusten en genieten en blij zijn.</strong></em>
<em>Zo staat het ook in de wet van de tien geboden, die elke zondagmorgen in de kerk wordt voorgelezen: Houd <strong>de sabbat </strong>in ere, het is een heilige dag. Zes dagen kunt u werken en al uw arbeid verrichten. Maar de zevende dag is <strong>een rustdag</strong>, die gewijd is aan de HERE uw God: dan mag u niet werken.</em>
<em>Dus: zes dagen werken, één dag uitrusten. Maar uitrusten betekent <strong>niet</strong>: helemaal niks doen. Die zevende dag is <strong>gewijd aan de HERE, onze God</strong>. Zo staat het in dat vierde gebod: Een dag om aan de HERE te denken, naar Hem te luisteren, voor Hem te zingen. En dat hebben de gelovige mensen <strong>altijd </strong>gedaan. Ze kwamen bij elkaar op de sabbat om de HERE te eren en te dienen. Een <strong>eredienst</strong> wordt dat genoemd. Of: een kerkdienst. Je leest over <strong>de Here Jezus</strong>, dat Hij ook op de sabbat naar de kerk ging. In Lucas 5,16 staat: </em>
<em>Hij (de Here Jezus) kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en <strong>volgens Zijn gewoonte </strong>ging hij op sabbat naar de synagoge. </em>
<em>De synagoge is voor ons nu <strong>de kerk</strong>. En de sabbat is voor ons nu <strong>de zondag</strong>. Dus Jezus geeft ons Zelf <strong>het goede voorbeeld</strong>: naar de kerk gaan op zondag. Verderop in de Bijbel staat daarom ook: jullie mogen niet wegblijven uit de samenkomsten van de gemeente. Lees maar Hebreeën 10,25.</em>
<em>Zo, ik kan nog wel meer schrijven. Maar ik denk, dat dit genoeg is als antwoord op jullie vraag: Waarom moet je eigenlijk naar de kerk?</em>
<em>Hartelijke groeten van dominee Van de Pol.</em>

<strong>2</strong> Peter en Marja zijn blij met het mailtje van de dominee. Ze pakken <strong>een groot vel</strong> en schrijven net een zwarte viltstift bovenaan: <strong>Waarom moet je eigenlijk naar de kerk?</strong>
Daaronder schrijven ze:

<strong>3 </strong><strong><u>1.Daar heeft  God de zondag voor gegeven.</u></strong>

Maandag tussen de middag gaan Peter en Marja altijd brood eten bij opa en oma Binnenhuis. Papa en mama zijn dan alle twee aan het werk. Maar fijn, dat ze dan bij opa en oma kunnen eten. Die wonen vlakbij school. Die maandag vertellen Peter en Marja over de wedstrijd, die ze hebben met papa en mama. En Marja vraag: Oma, wilt u ons vertellen, waarom je eigenlijk naar de kerk moet?
<strong>Oma Binnenhuis</strong> zegt:

<em>In de kerk hoor je <strong>het Woord van God</strong>. In de kerk wordt voorgelezen uit de Bijbel. En de dominee houdt een preek over de Bijbel. Eigenlijk spreekt dan <strong>God Zelf</strong> met ons. De HERE praat tegen ons, tegen mij, maar ook tegen jullie.</em>
<em>Jullie weten wel, dat ik een hele tijd in het Ziekenhuis in Meppel heb gelegen. Ik had mijn heup gebroken en ik moest geopereerd worden. Het duurde een hele poos voor ik wat opknapte. Ik kon <strong>zes weken</strong> niet naar de kerk. En dat vond ik heel erg. Want ik miste het lezen uit de Bijbel in de kerkdienst. En de preek van de dominee.</em>
Waarom miste u dat zo, oma? – vraagt Marja.
<em>Nou, in de Bijbel vertelt God over Zichzelf. <strong>Dat Hij van ons houdt.</strong> En dat Hij Zijn eigen Zoon heeft gegeven om ons te verlossen. En ook in de preek gaat het over <strong>de Here Jezus</strong>, die aan het kruis is gestorven om voor onze zonden te betalen. En dat Jezus is opgestaan uit de dood. En terugkomt op de wolken. En ik hoor in de kerk over <strong>de Heilige Geest</strong>, die in ons woont en ons helpt om voor de HERE God te leven. En nog veel meer. Daarom ga ik naar de kerk: <strong>om het Woord van God te horen</strong>. Daarom moeten <strong>jullie ook</strong> naar de kerk gaan. Want het Woord van God is <strong>ook voor jullie</strong>. Denk maar aan dat Psalmversje, wat je een poosje terug moest kennen: Uw Woord is als een lamp, een helder licht, een schijnsel op mijn pad, een eeuwig baken. Als het ’s nachts donker is in de kamer, doe je de lamp aan. Dan kun je alles zien. Zo moet ook de lamp van Gods Woord schijnen in het donker van de wereld. En die lamp moet ook schijnen in jullie leven. En dat gebeurt in de kerk. En daarom ga ik graag naar de kerk. En daarom vond ik het zo erg, toen ik in het ziekenhuis lag, dat ik niet naar de kerk kon gaan.</em>

Als Peter en Marja  op maandagmiddag uit school thuiskomen schrijven ze op het grote blad met de vraag: Waarom moet je eigenlijk naar de kerk?:

<strong>4 </strong><strong><u>2. Omdat je in de kerk het Woord van God hoort.</u></strong>

Dinsdagavond is altijd het kinderkoor. De dirigent is Wim Weide. Hij is ook vaak organist in de kerk. Marja zingt mee met het kinderkoor. Voor de repetitie staat meneer Wim Weide nog even met de kinderen te praten. En dan trekt Marja de stoute schoenen aan: Meneer, meneer, waarom moet je eigenlijk naar de kerk? Kunt u daar een antwoord op geven? Nou, dat wil <strong>Wim Weide</strong> wel. Straks na de repetitie van het koor heb ik wel even tijd.

<em>Waarom naar de kerk? Je weet, dat ik heel veel van <strong>muziek</strong> houdt en van muziek maken en zingen. Nou, je gaat naar de kerk om muziek te maken voor God. <strong>Om te zingen tot eer van God.</strong> Dat lees je in de Bijbel al. Het volk Israël had de tempel in Jeruzalem. En daar werd muziek gemaakt. Lees Psalm 150 maar. Heel veel muziekinstrumenten worden daar genoemd: de ramshoorn, de harp, de lier, de tamboerijn, snaarinstrumenten, de fluit, bekkens en cymbalen. Allerlei muziekinstrumenten, die we vandaag nog hebben. En eigenlijk zitten ze allemaal een beetje in het kerkorgel, waar ik op speel. En er werd <strong>gezongen</strong> in de tempel: door de priesters en de Levieten en de gewone Israëlieten. Heel veel van die liederen hebben wij ook nog: dat zijn <strong>de Psalmen</strong>. En zo is er ook altijd in de kerk gezongen. Dat lees je al in de brieven van Paulus: dat we God moeten loven en prijzen met Psalmen, lofliederen en andere liederen, die de Heilige Geest aan mensen geeft. Je gaat naar de kerk om te zingen en muziek te maken. Eigenlijk geef je dan <strong>antwoord op het Woord</strong> van de HERE God.</em>
<em>En dat doe je ook door te bidden in de kerk. God praat met ons. Wij mogen ook terugpraten: bidden. Dat is spreken met God. <strong>En zingen is twee keer bidden.</strong></em>

Marja gaat snel naar huis na de repetitie van het kinderkoor. Ze vertelt tegen Peter wat meneer Wim Weide allemaal gezegd heeft. Ze pakken hun grote blad er weer bij met de vraag: Waarom moet je naar de kerk? En ze schrijven op:

<strong>5</strong><strong><u> 3. Om te zingen en te bidden.</u></strong>

Woensdagavond is er huisbezoek. Twee ouderlingen van de kerk komen praten met papa en mama. Maar ook met de kinderen Peter en Marja. Als de ouderlingen de koffie op hebben, vraagt Peter aan ouderling Buitenman: Kunt u ons misschien vertellen, waarom je naar de kerk moet? En hij vertelt natuurlijk ook over de wedstrijd met papa en mama.

<strong>Ouderling Buitenman</strong> vindt het prachtig, dat Peter die vraag stelt. Hij gaat er echt voor zitten om er antwoord op te geven.

<em>Naar de kerk ga je <strong>om God te ontmoeten</strong>. Maar ook <strong>om <u>elkaar</u> te ontmoeten</strong>. Jullie geloven in de Here Jezus. Jullie papa en mama ook. En ik ook en ouderling Langerink ook. En de jongens en meisjes bij jullie in de klas. Met hun ouders. <strong>Maar geloven kun je niet op je eentje.</strong> Geloven doe je <strong>met elkaar</strong>. Zingen doe je samen. En naar de preek luisteren. En vooral als er <strong>Avondmaal</strong> is. Een heleboel verschillende mensen, die toch bij elkaar horen. En samen aan één tafel zitten. Jullie eten misschien wel eens in je eentje, als mama en papa niet thuis zijn. Daar is nik an: in je eentje eten. Dat is niet gezellig. Maar als je met elkaar aan tafel zit, samen lekker eet, dat is pas gezellig. Jullie weten wel, dat als het avondmaal is in de kerk, de dienst lang duurt. En jullie zijn er dan wel, maar je doet nog niet mee. Je papa en mama wel en andere grote mensen. Maar ’t is <strong>toch goed</strong>, dat jullie er zijn. Want er staat al een stoel voor jullie klaar. Als jullie ouder worden, mogen jullie ook meedoen met het avondmaal. Dan mag je gaan zitten op de stoel, die voor jou klaarstaat.  Daar wacht de HERE op. Daar wachten de mensen in de kerk op.</em>
<em>Ik vind het prachtig, dat we allemaal samen naar de kerk gaan. En jullie kennen vast dat lied wel: Waar twee of drie zijn vergaderd in mijn Naam, daar ben Ik ook in hun midden. De Here Jezus zegt dat: als <u>jullie</u> in de kerk bij elkaar komen, dan ben </em>Ik<em> er ook.</em>

Om half negen gaan Peter en Marja naar boven, naar bed. Ouderling Buitenman en ouderling Langerink praten nog een tijd door met papa en mama. Op het grote blad met de vraag: Waarom moet je naar de kerk, schrijven ze:

<strong>6</strong><strong><u> 4. Om samen te geloven: je gaat met elkaar naar de kerk.</u></strong>

Donderdagavond na het eten zegt Peter tegen Marja: we zijn nog niet klaar met de wedstrijd. We zouden nog naar buurman Bouwman. Die is toch <strong>diaken</strong> in de kerk?! Zullen we er nu meteen naartoe gaan?
Peter en Marja komen wel vaker bij de buren. Meestal om te spelen met de buurkinderen. Maar nu stappen ze de kamer binnen en vragen aan de buurman: Kunt u ons helpen? U bent diaken van de kerk. En wij willen graag weten, waarom je naar de kerk toe moet gaan.
Daar wil <strong>buurman Bouwman</strong> wel wat over kwijt. Hij zegt:

<em>Je gaat naar de kerk ook <strong>om geld te geven aan de arme mensen</strong>. De arme mensen in Nederland. Maar vooral geef je geld voor de arme mensen in de wereld. Wij hebben hier in Nederland allemaal heel veel geld en spullen. Terwijl er ook landen zijn, waar de mensen heel weinig hebben. Soms helemaal niks. Er zijn kinderen in Afrika, waarvan de vader en de moeder gestorven zijn door de ziekte AIDS. Die kinderen moeten maar zien, hoe ze het redden. Als wij nou hier in Nederland daar geld voor geven, dan kunnen die kinderen geholpen worden. In het noordoosten van India hebben ze een groot probleem. Er zijn daar dit jaar ontzettend veel ratten. En die ratten vreten alles weg, wat er op het land groeit, zodat de mensen niets te eten hebben. Over een poosje houden we een collecte in de kerk voor de mensen in noordoost India. In de Bijbel lees je, dat we in de kerk geld moeten ophalen, moeten collecteren voor arme christenen in de wereld. En voor alle arme mensen. <strong>Prachtig toch, dat je in elke kerkdienst geld mag geven voor een goed doel!</strong> Daarom moet je naar de kerk gaan.</em>

Peter en Marja gaan naar huis. Ze schrijven op het blad met de vraag: Waarom moet je naar de kerk?

<strong>7 </strong><strong><u>5. Om geld te geven voor de arme mensen.</u></strong>

Op vrijdagmiddag is er in groep 8, de groep van Peter, altijd een <strong>praatuurtje</strong>. De kinderen van de groep mogen dan van alles vertellen en vragen aan elkaar en aan de juf. Peter heeft op deze vrijdagmiddag iets voor het praatuurtje: Juffrouw, kunt u vertellen, waarom je naar de kerk moet? En waarom kinderen ook naar de kerk moeten?
<strong>Juf Kaptein</strong> antwoordt:

<em>De kerk is voor grote mensen <strong>en voor kinderen</strong>. Want de Here Jezus is gekomen niet alleen om de grote mensen te redden, maar ook om de kinderen te verlossen. Jullie kennen dat verhaal wel over die vaders en moeders, die met hun kinderen bij de Here Jezus komen. Ze willen graag, dat Jezus met ze praat en ze de handen oplegt. Dat Hij ze zegent. De leerlingen van Jezus zijn daar boos om. Die willen die vaders en moeders met hun kinderen wegsturen. Maar Jezus wordt dan boos op de leerlingen. Hij zegt: <strong>Laat de kinderen bij Mij komen.</strong> Houd ze niet tegen. Want voor de kinderen is het Koninkrijk van de hemel. En Ik zorg ervoor, dat ze daar mogen binnengaan. En dan gaat de Here Jezus met de kinderen praten. Een baby neemt Hij op schoot en de anderen staan om Hem heen. En Hij doet, wat de vaders en moeders graag willen. Hij zegent de kinderen. <strong>Niet alleen de grote mensen, maar ook de kinderen.</strong></em>
<em>Eigenlijk is dat nog steeds zo. Jullie weten, dat de dominee aan het begin en het eind van de kerkdienst zijn handen omhoog doet en dan iedereen in de kerk <strong>zegent</strong>. Dat doet de dominee in opdracht van de Here Jezus, namens Jezus. Als je de handen van de dominee ziet, zie je in feite de handen van Jezus. En daarom moeten niet alleen de grote mensen, maar ook de kinderen in de kerk komen.</em>
<em>En de jongens en meisjes zijn <strong>welkom in de kerk</strong>. Wanneer kom je voor het eerst in de kerk? Ja natuurlijk, als je <strong>gedoopt</strong> wordt. Als klein baby-tje. Dan zegt de HERE God: Jij bent Mijn kind. En Jezus: Jij hoort bij Mij. Maar ook: <strong>alle mensen in de kerk heten jou hartelijk welkom</strong>.</em>
<em>Samen zingen, samen bidden, samen naar de Bijbel luisteren. Het is voor iedereen, groot en klein. Ik denk, dat de dominee wel eens wat meer apart aandacht aan jullie kan geven. Maar het is ook belangrijk, dat jullie leren om mee te doen – met de grote mensen in de kerk. Ik vind het prachtig, als ik ’s zondags al die mensen bij elkaar zie. Ik ben blij, als ik jullie zie zitten bij je papa en mama. En ik weet zeker: <strong>de HERE God is er blij mee, als jij er ook bent</strong>.</em>

Na schooltijd praten Peter en Marja samen nog een poosje over het antwoord van juf Kaptein. En ze pakken hun grote blad en schrijven onder de vraag: Waarom moet je naar de kerk?

<strong>8</strong><strong><u> 6. Omdat de kerk er is voor grote mensen en voor kinderen.</u></strong>

De volgende dag zijn Peter en Marja vrij. Het is <strong>zaterdag</strong>. Ze willen de wedstrijd afmaken. Op het grote blad hebben ze nu zes antwoorden staan op de vraag: Waarom moet je naar de kerk?

<strong>1. Daar heeft God de zondag voor gegeven.</strong>
<strong>2. Omdat je in de kerk het Woord van God hoort.</strong>
<strong>3. Om te zingen en te bidden.</strong>
<strong>4. Om samen te geloven: je gaat met elkaar naar de kerk.</strong>
<strong>5. Om geld te geven voor de arme mensen.</strong>
<strong>6. Omdat de kerk er is voor grote mensen en voor kinderen.</strong>

Dat zal wel genoeg zijn voor papa en mama – zegt Peter.
Vast wel, zegt Marja. We winnen de prijs! En ik heb best zin in een Happy Meal bij Mc Donald’s.
Met het grote papier in hun handen gaan Peter en Marja naar beneden. Daar zitten papa en mama koffie te drinken.
Pap, mam, we zijn klaar met de wedstrijd. We hebben een heleboel mensen gevraagd, waarom je naar de kerk moet: dominee Van de Pol, oma Binnenhuis, organist Wim Weide, ouderling Buitenman, diaken Bouwman, juf Kaptein. En hier zijn de antwoorden.
Trots laten ze het grote papier zien.
Mama en papa lezen het door en vragen ook door.
Mama wil weten:
Als jullie nou goed nadenken over alles wat je gehoord hebt en zelf hebt opgeschreven – wat zeg je dan morgen als ik vraag: Ga je mee naar de kerk?
Marja zegt: <strong>Ja, ik ga mee!</strong> Want eigenlijk is het <strong>feest: naar de kerk gaan</strong>.
Peter roept: Naar Mc Donald’s gaan vind ik feest. <strong>Maar de kerk is ook feest.</strong>
Papa pakt de viltstift. Hij schrijft onderaan:

<strong>9 </strong><strong><u>7. Het is feest in de kerk.</u></strong>

<strong>10</strong> En hij streept de vraag bovenaan door. En hij schrijft in plaats van de vraag: Waarom moet je naar de kerk?

<strong>11 </strong><strong><u>Ga je mee naar de kerk?!</u></strong>

En die zaterdagmiddag gaan papa en mama, Peter en Marja, de hele familie Binnenhuis gezellig naar het zwembad in Meppel en daarna naar….Mc Donald’s!
<strong>De volgende morgen, op zondag, gaan ze met z’n allen naar….de kerk!</strong>

</div>
<table id=”preektbl” border=”0″ width=”100%” cellspacing=”0″>
<tbody>
<tr>
<td id=”pldatum” align=”left” valign=”top” nowrap=”nowrap” width=”34%”>Ga je mee naar de kerk, 29 SEPTEMBER</td>
<td align=”left” valign=”top” width=”48%”></td>
<td id=”auteur” align=”left” valign=”top” width=”18%”>Ds. R. de Graaf – Rouveen</td>
</tr>
</tbody>
</table>
&nbsp;