Preek van ds H.M.Smit, gehouden in Zuidwolde (Dr.) 25 oktober 2015,

 

liturgie zondagmiddag

– Votum & Zegengroet

– Zingen: Psalm 119: 1, 6

– Gebed

– Schriftlezingen: Matteüs 18: 21 – 35 en Lucas 18: 9 – 14

– Zingen: Liedboek 183: 3, 4, 5

– Tekst: H.C. Zondag 51

– Preek

– Zingen: Gezang 37: 1, 2, 6

– Geloofsbelijdenis Gezang 179a

– Gebed

– Collecte

– Zingen: Psalm 32: 1, 3

– Zegen

 

Psalm 119:1,6 (na votum en zegengroet)
Welzalig wie de rechte wegen gaan,

wie in de regels van Gods wijsheid treden.

Zalig wie zijn getuigenis verstaan,

van ganser harte zoeken naar zijn vrede.

Geen onrecht en geen dwaling lokt hen aan.

De weg der zondaars wordt door hen gemeden.

O God, ik ben van harte zeer verblijd

over de weg van uw getuigenissen.

In uw bevelen ligt mijn zaligheid,

ik zal mij van uw wegen vergewissen.

Ik loof U, die mijn grootste rijkdom zijt,

laat mij, o Heer, geen van uw woorden missen.

 

Liedboek 183:3,4,5 (na de Schriftlezingen)
O Heer uw smaad en wonden,

ja alles wat Gij duldt,

om mij is het, mijn zonden,

mijn schuld, mijn grote schuld.

O God ik ga verloren

om wat ik heb gedaan,

als Gij mij niet wilt horen.

Zie mij in liefde aan.

Houd Gij mij in uw hoede,

Gij die uw schapen telt,

o bron van al het goede,

waaruit mijn leven welt.

Gij die mijn ziel wilt laven

met liefelijke spijs,

Gij overstelpt met gaven

tot in het paradijs.

Ik dank U o mijn vrede,

mijn God die met mij gaat,

voor wat Gij hebt geleden

aan bitterheid en smaad.

Geef dat ik trouw mag wezen,

want Gij zijt trouw en goed.

Ik volg U zonder vrezen

wanneer ik sterven moet.

 

Bidden om het geschenk van de vergeving

om te krijgen EN om te geven.

 

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

 

Mijn schuld, mijn allergrootste schuld!

Een bekende uitdrukking, vooral in het latijn: Mea culpa, mea maxima culpa!

We hebben het ook gezongen:

om mij is het, mijn zonden, / mijn schuld, mijn grote schuld.

O God ik ga verloren / om wat ik heb gedaan, …

Bidden wij dat wel eens?

Of zingen we het omdat het nu eenmaal in het lied staat?

We spreken de woorden wel uit.

In elk geval doen we dat zo vaak als we het Onze Vader bidden:

Vergeef ons onze schulden…

Van Luther weten we dat hij er mee geworsteld heeft.

Hij pijnigde zichzelf letterlijk, tot bloedens toen.

Geworsteld om zijn schuld bij God maar goed te maken.

*

Kennen wij dat? Of kijken we daar een beetje verbaasd van op?

Een vraag. Zeker vanmiddag. Bij de vijfde bede.

onze schulden…

Eerst even over de letterlijke bede: We vragen: vergeef ons onze schulden

Dus: Wat wij nog moeten betalen aan God; wat wij schuldig zijn.

Zonde is de verkeerde daad of gedachte.

Schuld is daarvan het gevolg. Door de zonde hebben wij schuld.

 

Zoals bij een kras op de nieuwe auto van je buurman.

Als jij die hebt gemaakt, dan zit je met de gevolgen. Dat dus jouw schuld.

Ja, maar dus ook schuld die betaald moet worden. De schade moet hersteld.

En dat komt voor jouw rekening.

 

Vergeef ons onze schulden: De schulden die wij bij God hebben door onze zonden.

Wat voor onze rekening komt. Wat wij op onze kerfstok hebben!!

Ja, dat is ook een goed voorbeeld; ook al is het van vroeger: de kerfstok.

Als er iets werd gebruikt in een herberg zonder dat er dadelijk betaald werd,

dan werd op een stok een krasje gekerfd. Om niet te vergeten! Als herinnering:

de kerfstok! Een nog open staande rekening!

**

En wat vragen we nu? Vergeef ons de schulden…

Dat de open staande schuld vergeven wordt. Uitgeveegd. Voor niets! Kwijtgescholden!

 

Denk het je in… we vragen om kwijtschelding van de schulden.

Dat moet je eens bij de bank doen. Als je een hypotheek hebt. Feitelijk ook schuld.

Het geleende geld voor je auto, je huis, moet je wel teruggeven. Aflossen. Betalen. Afbetalen. Net zo lang tot alles, inclusief de rente, betaald is.

Zou dat niet mooi zijn? :

De mogelijkheid om kwijtschelding van die schulden te krijgen!

Dan was je er in één keer af. Maar dat kun je natuurlijk wel vergeten.

Zo gaat dat niet; bij de bank. Daar is geen denken aan.

 

Maar, daar is WEL denken aan bij … God??

Jawel!! Dat leert de Heiland ons in de vijfde plaats. Ongelofelijk!

Gods eigen Zoon is op aarde gekomen, en leert ons zo bidden.

 

Maar we je moet het natuurlijk wel menens bidden.

Je moet het wel erg vinden dat je door je zonden schuldig bent.

Vinden we het wel erg?

En zo ben ik terug bij de beginvraag. Zingen we het alleen als het lied zo is,

of menen we het echt: Mijn schuld, mijn allergrootste schuld!

 

Een belangrijke vraag. Want hoe zwaar til je er aan?

Als je voor een dubbeltje schuld hebt…nou, daar lig je niet wakker van.

Als je voor een dubbeltje kwijtschelding vraagt, vergeving, …

nou ja, dan is het mooi als je het krijgt. Maar… als je het niet krijgt, och, wat zou het.

Maar hoe erger de zonde, hoe, groter de schuld …

des te groter ook het geschenk van de kwijtschelding, de vergeving.

 

Vergeving is een GESCHENK! Een weldaad!

Dat heb ik dan ook als thema voor de preek gekozen:

Bidden om het geschenk van de vergeving / om te krijgen EN om te geven.

***

En het is een onnoemelijk groot geschenk.

het geschenk van de kwijtschelding

De Heer Jezus vertelt:

Een knecht heeft een gigantische schuld bij zijn heer.

Hij zal van zijn leven niet klaar komen met afbetalen.

Daar zit hij aan vast. En ook zijn vrouw en kinderen. Met hun leven!

Daarom zullen ze worden verkocht als slaven. Een verschrikkelijke toekomst!

Hij ziet het gebeuren. En hij smeekt zijn heer; op zijn knieën:

Heb geduld met mij. Alstublieft !!

 

En dan … krijgt hij alles zo maar … kwijtgescholden!

Niet eens uitstel van betaling, maar kwijtschelding.

Niet even lucht, omdat de schuld wordt vooruit geschoven. Nee, voor altijd!

Kwijtgescholden !!

 

Hoe kan dat? Onbegrijpelijk! Haast niet te geloven!

De zon gaat ineens weer schijnen! Er is helemaal geen vuiltje meer aan de lucht!!!

Onbegrijpelijk. Maar waar.

En zo gaat hij weg. Het duizelt hem.

**

Maar … eenmaal buiten ziet hij die andere knecht …

Wacht eens …

Ja, het is bij lange na niet zoveel, als zijn eigen schuld bij zijn heer,

maar toch… de moeite waard om op te eisen.

De rollen zijn nu omgedraaid: Hij eist de schuld op.

Want dat is ook nog mooi meegenomen!

Maar … nu vraagt die ander aan hem : Heb nog geduld.

Nou, maar daar heeft hij geen boodschap aan.

(Voor zichzelf wel, maar niet voor de ander!)

**

Maar zo… – de Heer Jezus heeft dat zelf verteld ! –

haalt hij zijn eigen gigantische schuld weer over zich heen. Helemaal.

Compleet. Geen cent meer kwijtgescholden.

Terwijl hij denkt er voorgoed vrij van te zijn.

 

Zijn heer hoort, dat hij die ander in de kraag heeft gegrepen,

en – op zijn beurt! – geen medelijden wilde hebben…

Wat is die heer boos! Verontwaardigd! Hij komt terug op de kwijtschelding! :

Alsnog moet hij betalen; de schuld waarin hij zal ondergaan

 

En luister vooral goed wat onze Heiland dan zegt (vers 35):

Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.

geen vrijwaringsbewijs

De vergeving werkt dus niet als een soort ‘vrijwaringsbewijs’.

(En de doop – de afwassing van je zonden – is dat ook niet!)

Weet u wel: Zo’n vrijwaringsbewijs bij de verkoop van een auto.

Jouw auto is verkocht, en de andere eigenaar gaat er dus mee rijden.

Maar als die meteen al geflitst wordt, terwijl de auto nog op jouw naam staat,

krijg jij de bekeuring nog thuis.

Nou, daarvoor heb je dan je bewijs van vrijwaring.

Als je die laat zien hoef jij de boete niet te betalen. Als je die dus maar hebt!

 

Pas dus op, dat je niet zo denkt over de vergeving, de kwijtschelding die God geeft.

 

Die knecht kon niet zeggen: Ik heb de kwijtschelding (de vergeving)

en nu zal niemand er ooit op terug kunnen komen, WAT IK VERDER OOK DOE.

 

De vergeving is niet zomaar. Het is niet automatisch: ‘Eens vergeven altijd vergeven.’

Het hangt namelijk van je instelling af …

**

Want wat was er nu precies verkeerd met de knecht die zelf niets wilde kwijtschelden.

 

Het zat h’m in hem zelf!

Hij wilde aan zijn collega-knecht niet geven, wat hij zelf wel gekregen had:

Namelijk medelijden. En vooral liefde.

 

En waarom wilde hij dat niet? Omdat hij een grote egoïst was!

Hij dacht alleen maar aan zichzelf. Hij leefde alleen maar voor zichzelf.

Hij zat niet met het lot van die andere knecht.

Maar… – en dat was nog erger! – hij zat ook niet met zijn heer;

niet met de schade die zijn heer door hem geleden had.

*

En zo was ook glashelder, waarom had hij zo dringend gesmeekt had …

Niet omdat hij de schuld zo erg vond: Hij smeekte om zichzelf.

Hij zat met zijn schuld! NIET omdat hij zijn heer daarmee benadeeld had.

Nee, alleen de gevolgen van de schuld. Voor hemzelf.

Hij vond de straf erg. Maar de zonde niet: tegen zijn heer.

**

Hij zelf in het middelpunt!

En daarom raakte het hem toch niet echt dat zijn heer vol medelijden was.

Wat die dacht en voelde kon hem feitelijk geen zier schelen.

Natuurlijk, hij was blij dat hij vrijuit ging.

Maar, eerlijk gezegd: Als zijn heer zo gek wilde wezen …

om hem kwijtschelding te schenken, dan moest zijn heer dat maar weten!

Hij keek wel uit om zo te doen. Je bent toch niet gek!

Zit je met de schuld of met de gevolgen?

Dus, in het kort: Hij zat niet met zijn schuld bij zijn heer,

maar met de gevolgen voor zichzelf. En van die gevolgen wilde hij af. De straf!!

Maar dat hij zijn heer gekwetst had … Dat die met de schade bleef zitten …

Dat deerde hem niet.

**

Broeders en zusters: hoe ontdekkend.

De man smeekte dus feitelijk OOK: Vergeef mij mijn schulden.

Maar op een heel verkeerde manier!

Hoe bidden wij!?

 

Je wilt graag dat God vergevingsgezind is? Voor jou!? Maar ben jij dat zelf ook?

Leef je uit de liefde? Voor je medemens?

En … leef je vóór alles uit de liefde voor God?

Nou, die knecht niet! Wij wel?

 

Bij deze vijfde bede is het een grote vraag: Waarom vragen we vergeving?

Om – plat gezegd – niet in de hel te komen? Om: de straf?

Ja, want als je geen vergeving krijgt, geen kwijtschelding, dan kom je daar.

En daarom: Alstublieft, vergeving!

Maar de zonde zelf vind je eigenlijk niet eens zo erg.

En … met je schulden zit je niet zo. Alleen met die eventuele straf.

Maar als je alleen maar aan je schulden tilt vanwege de narigheid voor jezelf,

dan is dat nieuwe zonde, geeft dat nieuwe schuld.

Want dan kwets je God opnieuw.

Dan maak je het met zo te bidden alleen maar erger.

*

En, als je zo om vergeving vraagt, … dan kun je er echt niet achteraan bidden:

Zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. Zoals ook ik heb vergeven…

 

En dat hoort er nou net wel bij.

Het gaat om je instelling. Ben jij ook bereid, altijd je medemens te vergeven? Wil je dat. Je wilt graag dat God vergevingsgezind is? Voor jou!? Maar ben jij dat zelf ook?

Heb je het leven van de ander op het oog. Of leef je alleen maar voor jezelf?

Leef je uit de liefde. Voor je medemens. Zoals God ons heeft liefgehad.

 

En … leef je vóór alles uit de liefde voor God?

Nou, die knecht leefde niet voor zijn heer, en zijn medemens.

Wij wel voor God?

leven uit de liefde

En daar draait het toch om in ons leven.

Leven dankzij God. Dus ook leven VOOR God.

Want, let er op, de bede om vergeving is pas de vijfde bede.

Dat is niet omdat de bede niet zo belangrijk is, maar omdat het eerste belangrijker is.

Het gaat er niet vóór alles om, dat wij vergeving krijgen, maar dat God tot zijn recht komt, dat Gods Naam geheiligd wordt. (Dat is de eerste bede!)

(We moeten het Onze Vader bidden als geheel! Niet als zes losse beden.)

***   ***

En als je daarop let leer je ook je zonden echt zien.

God is de Eerste en de Laatste, de Eeuwige.

Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, en bestaat door Hem,

alles heeft in Hem ook zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid.

Zo schrijft Paulus in Romeinen 11(:36).

Ook het Onze Vader loopt uit op de lofprijzing. Zo leert de Heer het ons.

 

Om God moet je leven draaien. Pas dan heeft je leven zin. Dat is het doel.

Het eeuwige geluk is juist dat God alles zal zijn in allen.

Hij wil alles voor ons zijn. De hemelingen boven leven al zo.

Zo moet het ook op de aarde.

Daar werkt de Heilige Geest aan

door het Evangelie van Jezus Christus in deze wereld.

**

Nou, ga het vooral bij jezelf na.

Wanneer is God alles voor je?

Wanneer draait het in je leven nou echt, en helemaal, dus louter en alleen om God,

jouw Schepper; EN … jouw Vader?

Wanneer? En hoe vaak?

 

Nou, – verschrikkelijk antwoord! – toch eigenlijk nooit helemaal! Of helemaal niet…?

Ja, als het goed is willen we het wel… Dat is dan aan de Heilige Geest te danken.

Maar het is voortdurend nodig dat we ons bekeren.

Want wanneer is de liefde tot God nu volmaakt bij ons. Welke dag, welk uur?

Terwijl het juist alle dagen zo moet zijn!

Van de vroege morgen tot de late avond. Dag én nacht.

 

Conclusie: (verschrikkelijke conclusie): Wij zijn nooit zonder zonde.

Het is dus ook geen woord teveel, dat we nooit zonder Christus kunnen.

Geen dag, geen uur, geen seconde,

Zonder het verzoenend lijden en sterven van Jezus Christus onze Heiland

kunnen we geen ogenblik.

 

Hoe nodig is het deze vijfde bede te bidden (na de eerste!!):

Vergeef ons onze schulden. Ja, die schulden moeten we kwijt!

Hoe kun je anders met God leven, terwijl je Hem gekwetst hebt,

(nog zonder dat we er erg in hebben vaak) door je egoïsme!

 

Hoe vaak moet je je medemens willen vergeven? Vroeg Petrus.

Zeventig maal zeven maal!! Eindeloos dus.

Waarom? Omdat je hemelse Vader jou zo vergeeft: eindeloos

al jouw schuld TEGEN HEM, de eeuwige en hoogheilige God.

 

En hoe nodig was het, dat onze Heiland voor ons in de plaats God liefhad.

HIJ heeft betaald! Alle schuld. Alle schuldige liefde. Eindeloos.

 

Daar kunnen wij ons geen voorstelling van maken!

Hij betaalde; voor ons in de plaats! Alle liefde.

**

En daarom kon HIJ ons ook de vijfde bede leren: Vergeef ons al onze schulden.

Want Hij was gekomen om al onze zonden volkomen te verzoenen.

 

God wil je alles, echt alle schuld!, kwijtschelden. Hoe je Hem ook gekwetst hebt.

 

En ook al leef je nog zo’n fatsoenlijk leven voor de mensen;

ook al doe je geen vlieg kwaad, de zonde is het egoïsme in ieders hart

(Mijn eigen ik speelt zo’n grote rol.)

Terwijl we juist op God gericht zullen leven.

***   ***

Vergeef ons onze schulden… Dat kun je dus ook helemaal verkeerd bidden!

Alleen om de straf te ontkomen: niet de hel, maar de hemel.

Ja, maar wat voor een hemel zou dat dan zijn?

Een hemel zonder God? (Die bestaat niet!)

Het draait daarin om jou?! (Als IK maar in de hemel kom!)

Wie speelt de hoofdrol?

En straks in de hemel-op-aarde: God OF ik-zelf.

Wie speelt NU AL de hoofdrol?

 

Jezus, onze Heiland leert ons bidden (net als de tollenaar):

O God, wees mij zondaar genadig.

Vergeef ons onze schulden.

Ons. Ja, we bidden samen, niet alleen voor onszelf! Wees ons genadig!

 

Om het met de goede instelling te bidden, hoort je er achteraan:

Zoals ook wij vergeven…

De Nieuwe Bijbel-Vertaling vertaalt zelfs (op grond van bepaalde handschriften):

Zoals ook wij vergeven hebben wie ons iets schuldig was.

 

Zoals ook wij… Dat hoort er bij! Dat moet je bedoelen. Anders is er geen vergeving.

Anders kun je zelfs de vergeving die je al had verspelen. (Je doop verspelen!)

Vergeving is nooit automatisch.

De doop is niet een automatisch vrijwaringsbewijs. (Als je maar gedoopt bent…)

 

We hebben vergeving. Ja, maar niet zelf. Alleen in Christus.

Vergeving-in-Christus: Aan Christus verbonden.

Hij heeft het. Hij heeft het voor u, jou, ons. Maar je moet Hem wel volgen.

Juist ook met zijn gezindheid.

 

Zoals Paulus in de brief aan de Filippenzen schrijft:

Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had (2:5).

Hij wilde dienen; in liefde. Het minste slavenwerk was Hem niet te veel:

De voeten wassen. Van allemaal. Zonder één uitzondering.

 

We hebben vergeving. (Daarom vinden sommige christenen zelfs,

dat het niet meer nodig is het Onze Vader te bidden.)

Ja maar, we hebben vergeving in Christus.

En we hebben vergeving elke dag hard nodig.

 

***   ***

Tenslotte. Zoals ook wij vergeven…

Moet God dus een voorbeeld aan ons nemen?

Maar zo is het niet bedoeld. Nee, alstublieft zeg!

De Heer Jezus leert het ons er bij te zeggen, om daarmee te laten zien,

dat wij dezelfde gezindheid willen hebben als Hij, en als God de Vader.

Dat wij graag echte kinderen van Hem, de Vader, willen zijn.

 

Daarom zegt Zondag 51:

Wil ons, arme zondaren, om het bloed van Christus

geen van onze misdaden toerekenen

en ook niet de slechtheid die altijd nog in ons is

En dan (heel nauwkeurig geformuleerd):

zoals wij zelf ook als een bewijs van UW genade in ons opmerken,

dat wij het vaste voornemen hebben onze naaste van harte te vergeven.

 

Dat is de instelling waarmee we zullen bidden.

Een bewijs van Gods genade in je.

De Geest wil dat voornemen in je werken. Als je echt bidt; menens er om vraagt.

 

***

Hoe onbegrijpelijk lief heeft God de wereld gehad.

Dat Hij zijn enige Zoon voor ons (ook voor mij!) in de plaats gegeven heeft.

Met zijn liefde. Jezus Christus ook voor u, jou en mij heeft willen betalen!

Die ons ook leert bidden.

Zeg het Hem dagelijks na. Ook de vijfde bede, maar vooral na de eerste.

Uw Naam ! … moet geheiligd worden.

***

Zo mag je leven! Met ieder om je heen.

Leven! Nu al, op God gericht! Onze eeuwige Vader. Elke dag weer.

Amen.

 

Gezang 37:1,2,6 (antwoordlied op de preek)
Hoor, onze Vader, hoor ons aan

nu wij in Christus tot U gaan.

Hoe hemelhoog verheven, Gij

zijt in uw Zoon ons zeer nabij.

Wie door uw Zoon de toegang vindt

mag tot U komen als een kind.

Uw naam worde geheiligd, Heer,

aan U de glorie en de eer.

Groot is uw luisterrijke naam,

uw liefde zegent ons bestaan.

Uw waarheid vult de hemelhof,

vervul de aarde van uw lof.

Vergeef ons onze schulden, Heer,

de overtreding keer op keer,

zoals ook wij doen aan elkaar

dat elk vergeeft zijn schuldenaar.

In Christus Jezus leven wij

en in zijn kracht vergeven wij.

 

Psalm 32:1,3 (slotzang)
Welzalig hij wiens zonde is vergeven,

die van de straf genadig is ontheven,

wiens overtreding, die hem had bevlekt,

voor ’t heilig oog des Heren is bedekt.

De Here rekent hem niet toe zijn zonden,

de ongerechtigheid, in hem gevonden.

Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,

geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt.

Laat tot U komen elk van uw beminden

ten tijde, Here, dat U Zich laat vinden.

Ook als een vloedgolf hem dreigt neer te slaan,

hoe hoog ze komt, zij raakt hem zelfs niet aan.

U bent voor mij een schuilplaats in gevaren

en voor benauwdheid zult U mij bewaren.

U hebt met jubelzangen mij omringd,

nu al uw volk van uw verlossing zingt.